Galette van abrikozen

Wanneer je een vel kruimeldeeg en wat fruit in je koelkast liggen hebt, dan kan  je in een mum van tijd een heerlijke galette op tafel toveren. Een galette is een plat en rond gebak met een wisselende doorsnede, het oudste zoete gebak van de hedendaagse banketbakkerij. Het dateert vermoedelijk al uit de Steentijd, in die periode maakte men een dikke brij van graan die uitgespreid op hete stenen gebakken werd. Probeer het de dag zelf te eten, dan is de bodem nog krokant en smaakt het nog zo heerlijk. Mocht je dit willen dan kan je er altijd nog enkele lavendelbloemetjes overheen strooien, zelf heb ik er op dat moment niet aangedacht. Dan is het de Provence op je tafel, en met deze schitterende temperaturen kan je dag niet meer stuk.

Ingrediënten:
- 1 rol kruimeldeeg
- +/- 14 tal verse abrikozen
- amandelpoeder
- abrikozenconfituur
- een weinig kristalsuiker

Werkwijze:
Rol het deeg open maar laat het op het bakpapier liggen. Doe enkele lepels amandelpoeder op de bodem van het deeg, maar laat een rand van ongeveer een vijftal centimeter vrij. Snij de abrikozen in twee en haal de pit eruit. Plaats ze met het snijvlak op de bodem van het deeg. Vul wat abrikozenconfituur in de gaatjes tussen de abrikozen. Vouw het deeg naar binnen om. Strijk er wat losgeklopt ei over uit en bestrooi met een weinig kristalsuiker. Plaats in een voorverwarmde oven van 175° Celsius ( warme lucht) en bak voor +/- 35 à 40 minuten.