Luikse balletjes

Op Nieuwjaarsdag komen mijn kinderen langs tegen valavond. Dit jaar had ik hen gevraagd wat ze wilden dat ik klaarmaakte. Ze hadden de keuze tussen vol au vent en deze Luikse balletjes. De uitslag ging gelijk op, zodoende maakte ik beide klaar. Misschien geloof je het niet, maar ergens hadden ze dit gehoopt en gedacht! Noem dit comfort food, maar of dit smaakt! Dit receptje is van de hand van Dirk De Prins en dateert reeds uit 2006. 



Ingredi├źnten:
- 500 g gemengd varkens- en rundsgehakt
- 6 el paneermeel van beschuiten
- 1 ei
- 3 uien
- 1 el griessuiker
- 2 el witte wijnazijn
- een takje tijm
- een takje rozemarijn
- 1 el Luikse siroop van appel en peer
- 40 blonde rozijntjes
- een klontje boter
- peper en zout

Werkwijze:
Meng het gehakt met het paneermeel en het volledige ei tot een mooie smeuïge massa. Draai vervolgens de klassieke balletjes van het gehakt. Laat even rusten.
Overgiet de rozijntjes met warm water en laat eveneens even rusten.
Zet de pot op het vuur, laat er een klontje boter in uitsmelten. Bak de balletjes in de schuimende boter tot ze langs alle kanten een bruin kleurtje gekregen hebben. Doe dit op een zacht vuurtje en laat de balletjes in geen geval donker kleuren of verbranden.
Schep de balletjes uit de pot. Giet de azijn de pot in samen met de suiker. Schraap met een spatel over de bodem om de smaakstoffen los te maken en laat de azijn voor de helft inkoken. Voeg de in stukjes gesneden uien toe. Doe ook tijm en rozemarijn in de pot.
Leg de balletjes op het bed van ui. Giet water in de pan tot de balletjes voor bijna de helft onderstaan.
Zet het deksel op de pot en laat 20 minuten zacht pruttelen.
Schep het vlees uit de pot. Vis de tijm en de rozemarijn uit de saus. Mix de saus fijn met een handmixer.
Zet de pot opnieuw op het vuur. Voeg de rozijntjes toe en laat een minuut of twee koken. Voeg de Luikse siroop toe en laat ze al roerend oplossen in de saus. Leg de balletjes opnieuw in de pot en laat even opwarmen. Serveer zo vlug mogelijk.

Bron: 'Duet met potten en pannen' door Johan Segers en Dirk De Prins.